Edmond Hustinxprijs 2016 voor Ger Beukenkamp

 

LAUDATIO VOOR GER BEUKENKAMP TER GELEGENHEID VAN DE UITREIKING VAN DE EDMOND HUSTINXPRIJS 2016 UITGESPROKEN DOOR JURYVOORZITTER KEES HOLIERHOEK OP 19 NOVEMBER IN MAASTRICHT.

 

In het bijzonder heet ik welkom Ger Beukenkamp, winnaar van de tweejaarlijkse Edmond Hustinxprijs 2016, de prijs voor dramaschrijven in de Lage Landen, godjezusnogantoe – zou Ger hier zelf aan toegevoegd hebben.

Elke schrijver droomt van een werkkamer als die van Ger Beukenkamp. Vanuit een erker met grote ramen op de eerste verdieping van zijn huis aan de Amstel kijkt hij uit over het water, de levensader van onze hoofdstad, naar de boten die voorbij varen, de sluizen, de woonboten, de monumentale gevels aan de overkant en het licht dat elk moment van de dag verandert tot de lampjes van de Magere Brug en Carré gaan schijnen. De drukte van de stad en het dagelijkse gejakker van het verkeer liggen aan zijn voeten, bijna onder handbereik. Maar binnen, in die kamer – de schrijvershemel – heerst absolute rust. Twee oude, trouwe poezen, ‘Nelson’ en ‘Klein-tie’, houden spinnend de wacht. Verder worden weinigen toegelaten. De wanden zijn gevuld met overvolle boekenkasten, affiches van door Ger geschreven producties, foto’s van de vele hoogtepunten die zijn schrijversleven markeren en oorkondes voor al dat werk.

Hier wordt gewerkt, hier worden werelden opgeroepen en aan papier toevertrouwd. En wel met ijzeren regelmaat. Iedere ochtend, van negen tot één, werkt Ger gestaag aan zijn oeuvre. Vaak aan meerdere projecten tegelijk. En ’s avonds tussen half negen en tien wordt de pen weer opgepakt.

Want een leven zonder schrijven kan Ger zich niet voorstellen. Sterker nog: voor Ger zou het leven geen zin hebben als hij niet zou schrijven. Woorden als time-out, sabbatical of pensioen zijn niet aan hem besteed. Leeftijdsloos schrijft Ger door. Hij heeft ook geen enkele reden om op te houden: Ger Beukenkamp is nog steeds, jaar in jaar uit, een van onze meest productieve scenaristen.

Zijn oeuvre bestrijkt werken voor film, theater en televisie, daarnaast is hij auteur van het scenariohandboek ‘De Verborgen Schrijver’ en ook nog bevlogen docent en begeleidt hij andere scenaristen die aan het begin van hun carrière staan.

Met een kamer als die van Ger zou men verwachten dat de buitenwereld vreemd voor hem is. Niets is minder waar. Het werk van Ger Beukenkamp kenmerkt zich juist door een scherpe en genadeloze blik op de realiteit, op maatschappij, machtsverhoudingen, politiek en actualiteit. Bijna in zijn eentje heeft Ger het genre van het moderne koningsdrama vorm gegeven. Zijn fascinatie voor het Koningshuis ontstond toen hij voor theatergezelschap Toetssteen in 1988 het toneelstuk ‘Greet Hofmans’ schreef. In die tijd was het een absolute noviteit om de als onaantastbaar beschouwde Oranjes als toneelpersonages op te voeren en het stuk werd een daverend succes. Niet alleen aanhangers van de inmiddels allang overleden Mystica bezochten de voorstelling – in de overtuiging dat haar astrale fluïdum over de toneelvloer hing – maar ook Juliana’s privésecretaris Baron Heeckeren van Molencaten genoot van het stuk en gaf zelfs nadere tekstadviezen.

In 1996 volgde, in samenwerking met Dick van den Heuvel, het stuk ‘Emily, of het Geheim van Huis ten Bosch’ waarin de liefdesperikelen van onze jonge kroonprins behandeld werden. Ook dit stuk, over de wat naïeve tandartsdochter die via het Leids studentencorps in de wereld van de royals gekatapulteerd werd, was een klapper. Ger Beukenkamp bewerkte het stuk in 1997 voor televisie en waarmee ‘Emily’ het begin vormde van een reeks die we voor het gemak maar even de Oranje-drama’s zullen noemen.

In 2004 won Ger Beukenkamp een Gouden Kalf voor de speelfilm ‘De Kroon’ waarin weer het relatieleed van Willem-Alexander het onderwerp was, nu in de vorm van de diplomatieke koorddans die Max van der Stoel moest uitvoeren om schoonvader Jorge Zorreguita te bewegen niet naar de bruiloft van zijn dochter Máxima te komen.

In 2007 vormden de huwelijksplannen van prins Johan Friso en Mabel Wisse Smit het hart van het drama vormde – en drama van het hart – in de miniserie ‘De prins en het meisje’.

Een tour de force van Ger was ‘De Troon’ uit 2010, een kroniek over de invoering van het Koninkrijk der Nederlanden waarin alle 19e eeuwse Oranje-vorsten voorbij kwamen. Datzelfde jaar kwam de speelfilm ‘Majesteit’ uit, waarin Carine Crutzen op soevereine wijze Koningin Beatrix gestalte gaf.

Niet alleen het Koningshuis, maar ook de Haagse politiek vormt voor Beukenkamp een dankbare arena. Zijn historische kennis, gedegen research en besef hoe politiek en tijdgeest op elkaar inwerken, leverden maar liefst drie memorabele series op: De miniserie ‘Klem in de draaideur’ uit 2003 waarin de aanvaring van de voorzitter van het college van procureurs-generaal Docters van Leeuwen en minister van Justitie Winnie Sorgdrager tot menselijke proporties werd teruggebracht.

Met de serie ‘Den Uyl en de affaire Lockheed’ riep Ger niet alleen een prachtig tijdsbeeld op van de jaren ’70, maar wierp hij ook nieuw licht op de gebeurtenissen die in ons collectieve geheugen zijn gebrand toen het koningshuis wankelde en uitgerekend een socialistische premier de monarchie moest redden. Beide hoofdrolspelers, Joop Keesmaat en Catherine ten Bruggencate, ontvingen een Beeld-en Geluidaward voor hun formidabele uitvoering van een formidabel scenario. Dit jaar mochten we genieten hoe Huub Stapel die andere premier vertolkte in ‘Het Land van Lubbers’ waarin Ger Beukenkamp de uitvinding van ‘de derde weg’ en ons befaamde poldermodel onder de loep nam.

In al dit werk lijkt de poppenkast van macht, politiek en privileges centraal te staan. Toch gaat het Ger niet om de poppetjes. Hij laat juist zien hoe onbeduidend en inwisselbaar die zijn. Mensen, zoals wij. Geen haar beter en ook geen haar slechter. Wie goed naar het werk van Ger kijkt en luistert, ziet dat het hem om iets groters te doen is. Het werk van Ger is een studie naar de werking van onze samenleving, naar de grote maar subtiele maatschappelijke veranderingen, naar de staat van onze nationale cultuur en wat onder dat uiterst dunne laagje beschaving kolkt en stroomt – menselijke driften en noden die als lava op gezette tijden voor erupties zorgen.

Misschien komt dit wel door Ger’s achtergrond, als zoon van verstokte Amsterdamse communisten die hun uit gietijzer gegoten maatschappijvisie volledig fundeerden op de klassenstrijd. Ook hun eigen plaats in de samenleving werd door de dialectiek van Marx voorgeschreven. Voor de jonge, gevoelige en leergierige Ger was deze werkelijkheid te benauwend. Hij zocht en vond zuurstof in film, kunst, theater en literatuur en ontdekte dat zijn mensbeeld zich buiten morele en ideologische kaders vormde. Een mensbeeld waarin elk individu op zichzelf staat, autonoom is en vrij en net zoveel waardigheid verdient als ieder ander en waarbij elke ideologie en religie –of het nu het christendom is, de islam, socialisme of Oranjekoorts – met de meest kritische blik bejegend dient te worden. Zijn fenomenale vermogen om als een gestaalde bootwerker te vloeken en tieren, dat hij ongetwijfeld van huis meekreeg, heeft Ger gelukkig wel behouden. Welgodgod… Zijn verontwaardiging over misstanden krijgt de man nou eenmaal niet onder stoelen of banken geschoven. Juist vanuit dat grote mededogen voor de hele mensheid.

In 1992 won Ger Beukenkamp de Prix d’Italia met zijn schitterende oorlogsfilm ‘Ik ga naar Tahiti’ over de laatste dagen van graficus en drukker Hendrik Werkman, die vlak voor de bevrijding wordt opgepakt en gefusilleerd. Al het mooie en al het slechte waar de mens toe in staat is, komt in deze film samen. Zorgvuldig en minutieus ontrafelt Ger Beukenkamp wat het betekent om kunstenaar te zijn, en welke verantwoordelijkheden dit met zich meebrengt – verantwoordelijkheden die Ger dagelijks draagt. Ger, aan de hoeveelheid prijzen die je met je werk al gewonnen hebt, kunnen we opmaken dat het je nooit aan waardering ontbroken heeft – daarbij vermeld ik voor de volledigheid dan ook de ANV -Visser Neerlandiaprijs die je in 1984 samen met Carel Alphenaar won voor jullie toneelstuk ‘De Wisselwoning’. Een koninklijke onderscheiding zit er niet in, vrezen we. In plaats van een lintje – dat je ongetwijfeld zou weigeren – willen je collega’s die dit jaar zitting hebben in de jury van de Edmond Hunstinxprijs jou eren met de Hustinxprijs 2016 voor je gehele oeuvre.

 

(De jury voor de Edmond Hustinxprijs 2016 bestond uit Carel Donck, Hugo Heinen, Robert Alberdingk Thijm, Ignace Cornelissen en Kees Holierhoek.)