Over de bewerking van ‘De ontdekking van de hemel’ van Harry Mulisch.

Toen de producent Hummelick Stuurman vroeg of ik een toneelbewerking wilde maken van De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch heb ik lang getwijfeld. De roman is een monument in de Nederlandse literatuur en door zijn epische structuur en zijn omvang niet eenvoudig te bewerken voor het toneel. Zowel de rijke inhoud als het volume schrikten me aanvankelijk af.

Het is een iconisch boek met veel symbolische elementen. Stevig ingebed in de roots van onze joods christelijke cultuur. De personages uit de roman zijn voor vele lezers bekenden geworden. Bepaalde zinnen zijn een eigen leven gaan leiden. ‘Mevrouw, mag Onno buiten komen spelen’. Of ‘Maak jezelf maar klaar’.

Na het herlezen van het boek besloot ik om de opdracht te aanvaarden. Ik droomde dat ik het boek op de grond liet vallen. Het spatte uit elkaar in duizenden stukjes. Bewerken voor toneel is eigenlijk puzzelen. Een opwindende zoektocht om uit de tienduizenden puzzelstukjes personages en situaties te construeren. Om de verbeelding van de auteur los te weken van het papier. Langzaam ontstond zo een dramaturgisch kader waarbinnen ik het verhaal kon vertellen. De roman is een raamvertelling. Daar wilde ik een theatrale oplossing voor.

Ik hou enorm van het boek. (een krachtige verbeelding, vermakelijk en diepgaand) Het bevat inhoudelijk sterke ideeën (over de toekomst van de wetenschap, over belangrijke maatschappelijke issues zoals euthanasie, over vernietiging en verlies, over het lot enzovoort…).

Het boek behandelt maatschappelijke thema’s die speelden in de jaren zestig, zeventig en tachtig. Maar als je terugblikt vanuit ons perspectief 2014 dan merk je dat de auteur tal van tendensen benoemt die nu nog spelen in het maatschappelijke en politieke debat.

Wetenschap en techniek zijn zo ingrijpend in het leven van de mensen geworden dat God niets meer met zijn schepping te maken wil hebben. Het testimonium  (de stenen tafelen met de tien geboden) moet terug naar de hemel.

Er zit veel humor in het boek. In de portrettering van de personages, maar ook in de situaties en hoe de personages met elkaar om gaan. Daarnaast is er veel ruimte voor ontroering en emotie.

Je doet altijd onrecht aan een boek als je het gaat bewerken voor film of voor theater. Tenminste aan de literaire kwaliteiten. Maar dat kan je vervolgens compenseren door de specifieke wetmatigheden van het nieuwe medium optimaal te benutten. In dit geval het toneel. Personages komen op een andere manier tot leven. De onderlinge conflicten worden meer invoelbaar.

Ik moest keuzes maken waarop ik inhoudelijk wilde focussen. Ik kon niet het hele verhaal van het boek op scène brengen.

In mijn bewerking focus ik op de bijzondere vriendschap tussen Onno en Max.

Hoe die vervolgens sterk onder druk komt te staan door de komst van Ada en door de driehoeksverhouding die ontstaat. En ik focus vervolgens op de geboorte van het kind die zonder dat hij het zelf weet de stenen tafelen moet terug brengen naar de hemel.

Omdat het zo’n geweldig verhaal is met enorme plotwendingen die een grote impact hebben op de hoofdpersonages moest ik een aantal kunstgrepen uithalen om dit op het toneel te krijgen. Hierover wil ik niet te veel verklappen omdat dit voor een stuk ook de verrassing van de bewerking/voorstelling uitmaakt.

Ik ben auteur/bewerker/regisseur. Ik ensceneer mijn eigen bewerking. Ik betrap me erop dat ik vaak al schrijvend regisseer.

Met pijn in het hart heb ik slecht een deel van het boek kunnen gebruiken in mijn toneelbewerking. Het werk is met zijn 930 pagina’s te omvangrijk om integraal op het toneel te brengen. Vele prachtige beschrijvingen zoals bijvoorbeeld Quintens reis doorheen Italië of de spannende inbraak in het altaar van het Sancta Sanctorum zijn helaas niet bruikbaar in een toneelbewerking. Ze zijn veel te literair.

Ik besef dat ik met het maken van een toneelbewerking het origineel onrecht aan doe. Maar ik hoop via het toneel iets toe te voegen om dat gemis te compenseren. Als het zien van de voorstelling mensen zou aanzetten om het boek (opnieuw) te gaan lezen, dan is dat meegenomen.

Ignace Cornelissen (22 september 2014)